Interview

    ‘We moeten kinderen helpen zich tot chatbots te verhouden’

    Voor steeds meer leerlingen is generatieve AI een vast hulpmiddel bij het maken van huiswerk. Voor een uitleg, een samenvatting of een eerste opzet van een tekst wordt moeiteloos een chatbot ingeschakeld. Dat roept vragen op. Moeten we leerlingen aanmoedigen met een chatbot te werken? Hoe begeleiden ouders hun kinderen daarbij? Volgens Remco Pijpers, strategisch adviseur digitale geletterdheid bij Kennisnet, draait de discussie uiteindelijk niet om de vraag hoe kinderen GenAI gebruiken, maar hoe ze zich ertoe verhouden.

    Omgaan met generatieve kunstmatige intelligentie, GenAI, begint met een kritische houding. Remco: “Een chatbot als Gemini of ChatGPT geeft antwoord op je vraag en sluit vaak meteen af met: zal ik ook nog dit voor je uitzoeken? Zo probeert een systeem je uit te nodigen om door te gaan. Je moet afstand kunnen nemen van dat soort digitale vanzelfsprekendheden.” Die kritische blik is belangrijk, omdat een AI-systeem nooit neutraal is. Achter iedere chatbot zitten keuzes van de makers. Wie heeft het systeem ontwikkeld? Waar komt de informatie vandaan? En hoe transparant is het systeem eigenlijk?

    Het gesprek is belangrijker dan een verbod

    Ouders worstelen met vragen rondom AI-gebruik. Want hoe begeleid je je kind als GenAI steeds vanzelfsprekender wordt? En moet je het gebruik van tools als ChatGPT stimuleren of liever beperken? 

    Bij kinderen op de basisschool moet je het volgens Remco hoe dan ook beperken. “Wees maar duidelijk: je moet eerst heel veel weten voordat je echt goed gebruik kan maken van dit soort producten. Maar je moet er als ouder wel met je kind over praten. Je kunt er ook samen een boek over lezen, bijvoorbeeld het boek Veer van Barend Last. Je komt GenAI namelijk op veel plekken tegen; soms is het heel moeilijk je eraan te onttrekken.”

    - Remco Pijpers

    Ook met middelbare scholieren moet je over AI blijven praten. “Leerlingen maken hoe dan ook gebruik van GenAI. Daarbij is het belangrijk dat zij te allen tijde hun agency behouden, ofwel de regie en controle over hun eigen acties en keuzes. Zonder daarvoor van GenAI afhankelijk te zijn. Ik denk dat we leerlingen, ook tieners, moeten stimuleren bij hun scherm weg te gaan, zonder dat scherm te verketteren. Zorg dat ze sporten, dat ze voldoende bewegen, dat ze leuke dingen doen met vrienden of familie. Zónder dat het scherm de hoofdrol speelt. Stimuleer ze de wereld te ervaren zonder dat GenAI daarin bemiddelt.”

    Er is behoefte aan duidelijkheid. Uit De Staat van de Ouder 2026 blijkt dat veel ouders de kansen van AI zien, maar zich tegelijkertijd zorgen maken over de risico’s. Ze vinden het belangrijk dat kinderen verantwoord met AI leren omgaan en begrijpen waar de grenzen liggen. Tegelijkertijd geeft een grote groep ouders aan dat scholen nog weinig communiceren over hoe AI in de klas wordt gebruikt.

    Niet alleen gebruiken, maar ook begrijpen

    Voor scholen brengt dat een nieuwe uitdaging met zich mee. Volgens Remco is het niet vreemd dat scholen nog volop zoekende zijn in hoe ze met AI moeten omgaan in de klas. Sommige scholen hebben inmiddels duidelijke afspraken over het gebruik van AI of passen opdrachten en toetsen aan, zodat leerlingen zelf het denkwerk blijven doen. Andere scholen zijn nog volop aan het experimenteren.

    Ook de nieuwe kerndoelen voor digitale geletterdheid, die naar verwachting per 1 augustus van kracht gaan, sluiten daarbij aan. Kerndoelen beschrijven per vakgebied wat kinderen op school minimaal moeten leren. Bij digitale geletterdheid gaat het erom dat kinderen digitale technologie leren gebruiken én begrijpen, en er kritisch, veilig en bewust mee leren omgaan. 

    - Remco Pijpers

    Remco benadrukt dat digitale geletterdheid over veel meer gaat dan leren werken met een chatbot of een andere AI-tool. “Als je alleen het instrument leert gebruiken, mis je een heel belangrijk perspectief. Kinderen moeten ook leren welke invloed technologie heeft op henzelf, op anderen en op de samenleving. We proberen met elkaar uit te vinden wat scholen, leerlingen én ouders hierin te doen staat.”

    Leren vraagt om frictie

    GenAI heeft namelijk best wel voordelen: het kan bijvoorbeeld helpen om een lastig begrip uit te leggen, feedback te geven op een eigen tekst of extra te oefenen met de lesstof. Maar als een chatbot al het denkwerk uit handen neemt, ontbreekt een belangrijk deel van het leerproces. “Je hebt bij dat leren ook frictie nodig”, zegt Remco. “Leren kost nu eenmaal moeite. En die moeite kun je niet uitbesteden. Zoals je ook niet een loopband voor jou het werk laat doen, met jezelf ernaast, als je je conditie wil verbeteren. Je moet werken en het hoort erbij dat het niet vanzelf gaat.”

    Bovendien maakt GenAI ook aan de lopende band fouten. Je bent eigenlijk pas klaar voor het werken met GenAI als je over heel veel feitenkennis beschikt. Als je veel weet, herken je ook de fouten die systemen als ChatGPT en Gemini aan de lopende band maken. 

    “Ik kan me goed voorstellen dat een museum of een archief een chatbot ontwikkelt waarmee je onderzoek kunt doen”, vertelt Remco. “Dan weet je wie de afzender is, waar de informatie vandaan komt en wie verantwoordelijk is voor de inhoud.” Bij taalmodellen zoals Gemini en ChatGPT ligt dat anders. “We weten vaak niet precies welke data erin zitten of hoe het algoritme werkt. Dat gebrek aan transparantie is echt een probleem. Zie bijvoorbeeld hoe jongeren zich kunnen verliezen in chatbots. Ze vragen om hulp bij hun huiswerk, maar gaan een chatbot ook zien als een maatje. Jongeren vragen om raad en gaan er een soort van vriendschap mee aan. Dat heeft risico’s, laten allerlei onderzoeken zien. Je moet bedrijven kunnen aanspreken op die achterkant, die dit soort schadelijke interacties veroorzaakt. Maar die achterkant blijft gehuld in nevelen.” 

    Leren staat voorop

    Volgens Remco raakt de discussie over AI aan een grotere vraag: wat heeft een kind nodig om te leren? Uiteindelijk gaat het om de manier waarop kinderen zich ontwikkelen, nieuwsgierig blijven en leren zelfstandig na te denken. 

    Remco adviseert ouders daarom om AI vooral samen met hun kinderen te ontdekken. Stel open vragen, probeer het zelf eens uit en wees benieuwd naar de keuzes die je kind maakt. “Een goed gesprek begint niet met wantrouwen, maar met nieuwsgierigheid. Kinderen voelen het meteen als je alleen vanuit bezorgdheid praat. Dan gaan ze dingen verbergen.”

    - Remco Pijpers

    En op school? Remco: “Kinderen hebben op school ruimte nodig om geraakt te worden door wat ze leren en om zelf te ontdekken waar ze naartoe willen. Zaak is dat we kinderen helpen zich tot GenAI te verhouden. We voeden ze op tot zelfstandige volwassenen in een wereld met GenAI. We voeden ze niet op tot nog betere gebruikers van chatbots. Dat is namelijk precies wat bedrijven als Google, Microsoft en OpenAI willen.”

    Hoe help je je kind veilig en slim om te gaan met media? De MediaDiamant helpt je op weg met betrouwbare informatie en tips per leeftijdsgroep.

    Ongepaste inhoud, in-app aankopen, nepnieuws en onveilige online contacten. Het is belangrijk om een veilige online omgeving te creëren voor je kind met veilig mediagebruik.